En toen was het alweer donderdag. De tijd gaat snel zonder internet en dus geen mogelijkheid om te bloggen. Beetje jammer ook voor jullie, excusez-moi, in het Frans. Maar ik ben weer online, sinds gisteravond (of vannacht, het is maar net vanuit wie je het wilt bekijken). Dit kan dus een lang verhaal worden, maar je/u mag halverwege besluiten; nee, dit is het toch niet voor mij. Dan is er links boven in het beeld een rood kruisje. Klik daarop, en het is meteen gebeurd.
Laat ik maar starten bij maandag dan, want de zondag is basically afgesloten met een Bijbelstudie en gezang, waar ik verder weinig over kan zeggen. Maandag dus, mijn eerste bouwdag. Ik ben met mijn vrienden ‘de Amerikanen’ naar de bouwplaats gegaan, in de oude bekende blauwe truck met driver Willie en tolk Fedner. Fedner’s eerste vraag was typisch Haitiaans: heb je kinderen? Ben je getrouwd? Heb je een vriend? Gaat dat nog uit? Met andere woorden: is er een kans dat wij gaan trouwen, jij mij naar Nederland gaat halen en ik daar dan een mooie toekomst op kan bouwen? Eens even zien… uuhm… nee!?
De bouwplaats dus. Met vrienden Amerikanen. Laat ik voorop stellen dat het anders is dan bij WS. We waren nog geen kwartier bezig of de eerste pauze werd ingelast. ‘cause this is the heavy stuff man. (Men had al wel 2 stenen naar boven gesjouwd, way to go man!) Ophoarre. Zo is het de hele dag gegaan. Vooral de grote, typisch Amerikaanse mannen were having a hard time. At the end of the day stond de enige vrouw op de bouwplaats (ik dus) het cement te maken en te scheppen, terwijl de A’s kreunend en steunend nog een steen bovenop de netgemetselde muur neerlegden en probeerden om (en deze zin is speciaal voor Simon en Michael) de voegen netjes vol te fluffen.
De grootste shock was nog wel de lunch. Waar ik heel netjes mijn stukjes brood met pindakaas en appelstroop had belegd, kwamen daar de echte lunchpakketten uit de meegebrachte ‘koeltas’. Cookies, een mengsel van pinda’s en m&m’s (echt, wie verzint het), chocolade, cheezedippers, sandwiches, marsen en niet te vergeten, het TE zoete Gatorade. Voor de mensen die het niet kennen: AA, maar dan 10x zo sterk. Het is echt verdrietig. Ik werd ook een beetje verdrietig. Ik heb zo’n idee dat dat niet gezond kan zijn.
Aan het eind van de dag (nadat menig Amerikaan al gevraagd had om iets weg te mogen geven aan de mensen daar, eten dus, en ik had gezegd: nee niet doen, wat Kyrk en Deborah eigenlijk ook al hadden gezegd) liepen daar ineens twee lieve Haitiaanse kiddo’s met Amerikaans eten. Toen een van de A. kinderen vroeg wie dat gedaan had, zei een volwassen man heel erg trots: JA, IK! Want ze hebben zo weinig, en ik heb zoveel. STOMSTOMSTOM. Je moet ze niet leren bedelen, je bouwt een huis voor ze, sukkel! Maargoed. Toen dacht A.kind: dat kan ik ook. Dus die deelde nog meer uit. Ik werd nog een beetje verdrietiger.
En dat was basically de maandag.
Dinsdag ging ik weer met ze naar de bouwplaats. Dit keer een andere, down the hill. Een walk naar beneden van 35 minuten. Steil, rotsachtig, glad, modderig, smal en gevaarlijk. Fantastisch uitzicht though, maar niet echt verantwoord. En de bouwmaterialen lagen boven, en moesten helemaal naar onder. Vrienden A. hadden het pad opgedeeld in drie delen, en zo zijn we de hele dag bezig geweest met het sjouwen van stenen en emmers zand naar de bouwplaats. Atrel was zwaar, maar dit was lichamelijk toch nog net iets minder leuk. Wel minder warm, maar mijn spieren hebben toch liever meer warm dan dit.
Lunch was weer hetzelfde, maar nu had een van vrienden A. turkeysalad gemaakt, dus dat moest natuurlijk worden uitgedeeld en opgegeten. Great. Daarna hadden ze perongelijk het brood in de ‘fireants’ gelegd, waardoor het hele brood onder de beestjes zat. Oh, dat hoefden ze niet meer. Laten we het aan de vrouw geven waarvoor we het huis bouwen, want die heeft niets, dus die beestjes maken niet uit! Waarop ik zei: zou jij brood met beestjes eten? Waarop hij zei: leef ik in zo’n huis.
Flabbergasted. Kan er niets aan doen. Ik zeg al niets meer. Een uur later, toen we weer naar boven ploegden om terug te gaan naar de missiepost werden er ook nog even kleren uitgedeeld, want er liep een naakt jongetje (het was wasdag, maar dat hebben we dan weer niet door). Slim, om de rijke A. uit te gaan hangen. Echt wat ontwikkelingswerkers doen.
Eenmaal terug hier ben ik met Deborah gaan praten, en ze was het gelukkig met me eens, dus die frustratie is voorbij. Ik ben alleen even klaar met het meegaan naar de bouwplaats met deze groep. Het is mooi geweest voor deze week. School, storytelling en dingen hier doen is even belangrijker!
Gisteren (woensdag dus) moest Nicole naar Port-au-Prince. Elke dag rijden er drivers naartoe om dingen op te halen, af te leveren en weet ik veel wat allemaal te doen. Dinsdag heeft Nicole de laatste aardbevingpatient uit het hospital hier teruggebracht naar zijn community. Sad story: hij dacht dat zijn vrouw overleden was in de aardbeving, maar ze blijkt pas afgelopen zondag te zijn gestorven, nadat ze gevallen was. Ze hebben elkaar dus net gemist. De man (Antoine) is rond de 80, heeft twee gebroken benen en loopt met een looprek. Zijn community wilde hem wel weer opnemen, maar het was wel nodig om even te gaan kijken of ze echt voor hem zorgen, en om hem een bed en dekens te brengen.
Rond acht uur ’s ochtends zijn we vertrokken en we waren rond half vijf weer terug. Een lange dag van Engels, Creools, wachten, winkelen, meer wachten, nog meer winkelen, wachten, langs het vliegveld, en daarna checking upon Antoine. Nu heb ik veel gezien met World Servants, althans, dat dacht ik. We zijn door Port-au-Prince gereden, maar toch echt door het betere deel. En we zijn niet uitgestapt. Gister wel.
Achter alle huizen die aan de straat staan, liggen hele communities verscholen. Je ziet aan de straat de gebouwen, al dan niet ingestort, maar daartussen liggen steegjes. Loop je zo’n steegje in, dan kom je in een geheel andere wereld terecht. De ‘slums’, de sloppenwijken, de krotten. Daar waar ook dingen ingestort zijn, maar hulp niet komt. De tentenkampen, maar dan degene die niet zichtbaar zijn en waar geen aandacht aan besteed wordt. Het is moeilijk om uit te leggen hoe dat voelt, of ruikt of eruitziet. Je stapt zo’n community binnen en iedereen kijkt je aan. Je houdt je tas goed vast, en kijkt of de driver voor je loopt en de bijrijder achter je, want erg veilig voelt het niet. Iedereen kijkt alsof ze iets van je willen. Dat willen ze ook, maar gaan ze niet krijgen, dat beseffen ze ook. Op de grond liggen eenden, kippen, kuikentjes, katten. Allemaal verwaarloosd. Kinderen lopen naakt rond, met enorm dikke buikjes. Afrika heeft zulke kinderen, maar Haiti zeker ook.
De huizen zijn ingestort, de tenten zijn opgezet, maar tenten… ook alleen maar de binnentent. Als het regent word je nat. Als de zon schijnt, kook je weg in je tent. Je hebt niets, je kunt niets. The other side of humanitarian aid. The real World. Wat we met World Servants zien blijkt slechts een glimp, en dat is maar goed ook. Het is goed en leerzaam om er te zijn geweest, maar ook ontzettend zwaar. En je dan te moeten uitdrukken in het Engels maakt het ook niet gemakkelijker. Maar we’ll get there. Het is goed om er te zijn geweest, en het doet me wel inzien dat het meer is dan alleen wat je ziet. Dat er achter elke persoon een enorm verhaal kan zitten.
Vandaag is de dag om alles eens op rij te zetten, jullie bij deze te informeren, en te kijken wat de plannen zijn voor de komende weken. De eerste week zit erop, nog zo’n zes weken te gaan.
Ps. Het feit internet is hier een raar ding. Met z’n allen op 1 router betekent ’s ochtends om 6 uur opstaan om te kunnen bellen, of te kunnen skypen, want daarna vertraag je het dagelijkse werk en word je eraf gegooid. Dan moet je weer naar mr. Chris om te vertellen dat je internet stuk is, en of hij het dan wil fixen. Wat dan weer dagenlang duurt. Zes uur opstaan dus. Dat is het slimst!
Ps. Het feit internet is hier een raar ding. Met z’n allen op 1 router betekent ’s ochtends om 6 uur opstaan om te kunnen bellen, of te kunnen skypen, want daarna vertraag je het dagelijkse werk en word je eraf gegooid. Dan moet je weer naar mr. Chris om te vertellen dat je internet stuk is, en of hij het dan wil fixen. Wat dan weer dagenlang duurt. Zes uur opstaan dus. Dat is het slimst!
Hoi Ytje!
BeantwoordenVerwijderenGeweldig om van je te lezen, wat je doet en meemaakt. Zoals ik het nu lees is het wel echt de opvolger van een WS project, echt zwaar. En ook het gedrag van los americanos is nog erger geloof ik.
Kicken wat je doet, keep strong en breng mijn groeten maar naar Kyrk, Deborah en de rest (ik besef me nu dat die rest redelijk omvangrijk is, maar ok :P)
Kees
Hey Ytje,
BeantwoordenVerwijderenik heb je blog gevonden! Leuk je verhalen te kunnen volgen, ben nieuwsgierig wat je daar beleeft. Het lijkt mij geweldig daar weer te zijn..
Wat een heftig verhaal alweer. Ongelofelijk triest is het verhaal van Antoine. Ik heb hem nog met Nicole bezocht in het ziekenhuis. Maar gelukkig wordt er goed voor hem gezorgd!!
Ytje, veel succes toegewenst met het werk wat je daar doet! Liefs, Nienke
Leave Ytje,
BeantwoordenVerwijderenBen trots op je! Lijkt me lastig om te dealen met mensen die er niet zoveel van snappen. Gelukkig zijn er wel, die je wél snappen! :)
Ik hoop dat je ondanks alle moeilijke dingen de mooie dingen er uit mag en kan halen. Stay strong!
Zegen en liefs!
Anna